Artikel 8 Het bestuur, samenstelling, benoeming, aftreding


Artikel 8
1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van tenminste 5 leden, dat door
    de algemene vergadering uit de leden wordt benoemd. De algemene
    bepaalt het maximum-aantal bestuurders.
2. De benoeming van bestuursleden door de algemene vergadering
    geschiedt op voordracht van het bestuur of van tenminste
    10 leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor
    de vergadering meegedeeld.
3. Een voordracht door 10 leden moet uiterlijk 7 dagen voor de aanvang van
    de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
    De voorgedragen bestuursleden moeten voor de stemming schriftelijk
    verklaren een eventuele benoeming te zullen aanvaarden.
4. Indien er meer dan 1 voordracht is gedaan geschiedt de benoeming uit
    die voordrachten.
5. De voorzitter wordt in funktie gekozen. Het bestuur verdeelt de overige
    bestuurstaken in onderling overleg.
6. Het bestuurslidmaatschap eindigt door ontslag, door bedanken en door
    beŽindiging van het lidmaatschap van de vereniging.
7. Elk bestuurslid treedt uiterlijk 3 jaar na zijn benoeming af, volgens een
    door het bestuur op te maken rooster. Bij het opmaken van het rooster
    houdt het bestuur er rekening mee dat niet meer dan 1 lid van
    het dagelijks bestuur (voorzitter, secretaris, penningmeester)
    tegelijk aftredende is. De aftredende(n) is (zijn) herkiesbaar.
    Wie in tussentijdse vacature wordt benoemd neemt op het rooster
    de plaats in van zijn voorganger.

Vorige pagina